Overzicht fase 2

Overzicht fase 2

- Deze pagina is niet zichtbaar voor studenten - 

Dit is de tweede fase van Student Company. De studenten kiezen een probleem, bedenken een oplossing en komen in contact met hun doelgroep. 

Leerdoel fase 2: De student kan een propositie bedenken die aansluit bij de wensen van de doelgroep. 

 

Over fase 2

Onder 'downloads' vind je een powerpointpresentatie. Deze kun je gebruiken bij het aanbieden van fase 2. Je vindt daar ook een werkblad, de studenten printen deze of gebruiken de digitaal invulbare versie. De onderwerpen van fase 2 vind je in de linkerkolom. Lees de informatie en laat de studenten de opdrachten uitvoeren. Een overzicht van fase 2: 

  • Denken vanuit een probleem - de studenten leren dat je met je bedrijf een probleem oplost. Dit kan een maatschappelijk probleem zijn, maar ook een probleem van de doelgroep. Ze bedenken van bestaande Student Companies welke probleem zij oplossen (opdracht 1). 
  • Problemen ontdekken - de studenten bedenken welke maatschappelijke problemen er zijn en hoe zij lokaal hier iets aan kunnen doen (opdracht 2) en ze leren wat een doelgroep is en denken na over problemen van doelgroepen (opdracht 3). 
  • Waarom is het een probleem? - de studenten kiezen drie problemen waar ze mee verder gaan (opdracht 4). Ze leven zich in de doelgroep in en bedenken waarom het een probleem is voor de doelgroep en wat hun ideale situatie is (opdracht 5).  
  • Oplossingen bedenken - de studenten bedenken oplossingen voor het probleem. Dan doen ze door te brainstormen. Ze stellen eerst 'Hoe kun je - vragen' op (opdracht 6). Vervolgens brainstormen ze over antwoorden op deze HKJ-vragen (opdracht 7). 
  • De oplossing - In dit onderdeel kiezen de studenten hun uiteindelijke idee. Ze lezen eerst welke producten niet mogen volgens het reglement van Jong Ondernemen en strepen ideeën die niet mogen weg (opdracht 8). Vervolgens werken ze hun ideeën uit op ideekaarten (opdracht 9) en selecteren ze hun favoriete ideeën (opdracht 10). Zo kiezen hun definitieve idee. Vervolgens specificeren ze hun doelgroep en bedenken wie er nou blij wordt van dit product. Ze maken een ijkpersoon (opdracht 11) en vragen vervolgens aan minimaal 10 personen uit de doelgroep of ze blij worden van deze oplossing (opdracht 12).  
  • Productbescherming - Studenten die een vernieuwend idee hebben bedacht, kunnen dit product (als het voldoet aan de voorwaarden) laten beschermen door een octrooiaanvraag te doen. Ze bepalen of ze dat willen (opdracht 13) en als ze dit inderdaad willen, doen ze de aanvraag. 
  • Concurrentie - Studenten leren het verschil tussen directe en indirecte concurrenten en brengen hun concurrenten in kaart (opdracht 14). Ze onderzoeken een concurrent en nemen hier contact mee op (opdracht 15). 
  • SWOT - Door middel van een SWOT-analyse vatten de studenten de informatie over hun bedrijf en de markt samen (opdracht 16).